inlijf praktijk 4

Stichting Energetische Therapie maakt zich sterk voor onderzoek naar energetische therapie in de breedste zin van het woord door het verzamelen van bestaande onderzoeken, het doen van onderzoek en het werven en toewijzen van voldoende fondsen

Wat is er al onderzocht?

Energetische therapie is op verschillende manieren onderzocht. Er zijn klinische studies gedaan naar het effect ervan, er zijn metingen gedaan van de energie van levende wezens en van de handen van therapeuten en er is fundamenteel onderzoek gedaan naar de oorsprong van de energie die wordt gebruikt bij energetische therapie. De hiernavolgende tekst is een samenvatting van de overzichtsstudie ‘Energetische therapie; achtergronden, theorie en effectiviteit’. Hoewel vanzelfsprekend, zij met name genoemd dat de onderzoeksresultaten niet mogen worden gebruikt voor (zelf)behandeling zonder consultatie met een (huis)arts.

Metingen van energie

Het menselijk energieveld bestaat uit verschillende soorten energie. Wetenschappers meten deze energie en brengen de metingen in verband met de werking van energetische therapie.

Elektromagnetische energie

Een vorm die vrij gemakkelijk te meten is, is de elektromagnetische energie. De elektromagnetische energie van het hart is ongeveer 1000 Gauss. Dit is logisch en gedeeltelijk te verklaren doordat het hart klopt. De ritmische bewegingen genereren energie. Wat bijzonder is, is dat de energie die gemeten is in handen van energetische therapeuten 1000 keer groter was dan die van het hart, zonder te bewegen.

Tijdens de energetische behandeling is deze energie niet steeds hetzelfde. De frequentie die door de handen van therapeuten wordt voortgebracht, variëert tijdens een behandeling doorgaans tussen de 2 en 30 Hz met het grootste gedeelte tussen de 7 en 8 Hz. Dit is een frequentie die aantoonbaar het herstel van de meeste weefsels bevordert. Onderzoekers hebben ontdekt dat elk weefsel anders reageert op de energie. Elk weefsel reageert het beste op een bepaalde frequentie. Er wordt gedacht dat de frequentie-reeksen in de handen van behandelende therapeuten reageren op de behoefte van het aangedane weefsel van de cliënt in een organische samenhang.

Er zijn apparaten gemaakt die gebruik maken van elektromagnetisme, bijvoorbeeld d.m.v. een PEMT (low-level pulsed electromagnetic field) voor het stimuleren van botgroei bij langzaam helende botbreuken. Zo’n apparaat geeft consequent één frequentie door die voor dit doel geschikt is. Het is nog niet mogelijk om de frequentie-reeksen die door de handen van energetisch therapeuten worden gegenereerd met een apparaat na te bootsen.

Als therapeuten niet aan het behandelen zijn, zijn hun handen ‘normaal’, dus niet meer geladen dan de handen van niet-therapeuten.

Biofotonen

Een andere energie die in het menselijk energieveld te meten is, is biofotonische energie. Met een gekoelde camera konden wetenschappers aantonen dat levende wezens constant biofotonen uitzenden. Foto’s van de hand van een energetisch therapeut lieten zien dat er veel meer biofotonen werden uitgezonden dan normaal. Dit laatste onderzoek staat nog in de kinderschoenen, meer gegevens zijn noodzakelijk. Naast het herhalen van deze experimenten met meer onderzoekssubjecten, zouden mogelijke vragen kunnen zijn: waarom zenden zieke planten meer biofotonen uit dan gezonde? Zenden de handen van alle energetisch therapeuten meer biofotonen uit, of zit hier verschil in? Is er verschil in de hoeveelheid biofotonen voor, tijdens en na een energetische behandeling?

Veronderstelde energieën

Een gedeelte van de energieën die worden verondersteld in het menselijk energieveld zijn nog niet te meten met apparaten of de metingen zijn erg schaars, zoals met infraroodstraling. Hiervan is één keer een meting gedaan bij een Qigong-meester. Wel is hun invloed duidelijk uit de praktijk. Cliënten vertellen dat ze warmte voelen uit de handen van de therapeut, ook als deze zich op grote afstand van hun lichaam bevinden (en de ogen van de cliënt zijn gesloten, zodat deze niet kan spieken). Klinische studies kunnen uitkomst bieden. Ook al kunnen we niet alle energieën meten waar energetische therapie mee werkt, met klinische studies kunnen we het effect van energetische therapie op diverse klachten meten.

Klinische studies

Er worden steeds meer klinische studies gedaan naar energetische therapie. In de afgelopen twee decennia is een positieve invloed opgetekend van energetische therapie als aanvullende behandelvorm bij onder andere:

  • Pijnklachten
  • Immuunfunctie
  • Hart- en vaatziekten
  • Kanker
  • Stress
  • Gewrichtsklachten
  • Fibromyalgie
  • Psychische problemen
  • Het verloop van erfelijke of chronische ziektes
  • Welzijn van prematuren

Er komen steeds meer studies bij. De studies zijn vrij éénduidig: energetische therapie levert een belangrijke bijdrage aan het genezingsproces en het welzijn bij deze klachten.

  • Klachten nemen af
  • Genezing vindt sneller plaats
  • Reguliere behandelingen slaan beter aan
  • Reguliere behandelingen worden beter verdragen
  • Frequentie en duur van opnames worden gereduceerd
  • De kwaliteit van leven neemt toe
  • Toename van positieve processen op het gebied van zin- en betekenisgeving/persoonlijke transformatie

Er is weinig tot geen ‘conflicting evidence’. Een overzicht van een deel van deze studies vind je in ‘Energetische therapie; achtergronden, theorie en effectiviteit’.

Fundamenteel onderzoek

Onderzoek naar de relatie tussen energie en materie wordt door verschillende universiteiten uitgevoerd. Een eenvoudige uitleg hiervan vind je op de pagina ‘energie en materie‘ en ‘energie en bewustzijn‘. Dit fundamentele onderzoek helpt ons te begrijpen wat energie nou eigenlijk is en hoe het mogelijk is dat energetische therapie werkt.

Bron: Stichting Energetische Therapie